“De radar zei droog, en toch regende het” — een bekende klacht, en niet helemaal onterecht. Regenradars hebben grenzen, en die liggen vooral bij kleine, snelle buien.
Nowcasting volgt beweging, geen ontstaan
Een radar-nowcast werkt door te kijken naar bestaande buien: waar ze zijn, hoe snel ze bewegen, en die beweging door te trekken. Dat werkt goed zolang een bui zich voorspelbaar gedraagt. Het wordt lastiger wanneer een bui ontstaat op een plek waar een kwartier eerder nog niets te zien was — dat kan een nowcast niet zien aankomen, want er was nog geen signaal om op te bouwen.
Kleine buien zijn onvoorspelbaarder dan grote
Een groot regenfront dat rustig over het land trekt, is relatief voorspelbaar: de richting en snelheid veranderen niet snel. Een klein, geïsoleerd buitje kan daarentegen binnen enkele minuten aanwakkeren, van richting veranderen of juist oplossen. Precies dat soort buien zorgt voor de meeste “de radar had het mis”-momenten.
Wat je hieraan kunt doen
Bij grote regengebieden mag je de radar redelijk vertrouwen, ook een uur of twee vooruit. Bij losse, kleine buitjes op de kaart is enige marge verstandig — reken op een paar minuten afwijking in plaats van op de minuut nauwkeurig.
Lees hoe een regenradar werkt voor de volledige uitleg, of hoe betrouwbaar een regenradar twee uur vooruit precies is.
